Echt luisteren geeft erkenning en ruimte om te zijn

Luisteren. De laatste dagen word ik er keer op keer bij bepaald. Het is alsof in het midden van mijn eigen persoonlijke worsteling en strijd God mij toefluistert: luister… 

Luisteren. Het is zoveel makkelijker om maar je ellende en nood uit te schreeuwen en te vragen en te klagen. Zo kan bidden een vanzelfsprekendheid geworden zijn, een monoloog vanuit de mens naar een hoge hemel boven. 

Luisteren doet er toe

In een wereld waarin het niet of nauwelijks meer stil wordt, is het ook moeilijk om te luisteren. Je valt op door jouw geluid te laten horen en dat wordt ook verwacht. Wie vaak stil is, wordt bestempeld als saai. Wie afwachtend is, is passief. Wie eerst denkt en dan pas spreekt, is een twijfelaar en laat de beurt voorbij gaan.

Waren er maar meer mensen eerst stil voor ze spraken. Werden woorden maar meer eerst gewogen, voordat ze de ruimte in geslingerd worden, waar ze een eigen leven gaan leiden. Woorden doen ertoe. Meer dan je denkt. Maar zwijgen en luisteren worden onderschat. Luisteren, écht luisteren, doet er nog veel meer toe.

Luisteren dus. Maar waarom is dat zo moeilijk? Horen dat iemand wat zegt, geluid maakt, dat gaat nog wel. Ook al kan het als storend worden ervaren. Luisteren is van een geheel andere orde. Luisteren gaat ook over verstaan en over zien. Luisteren geeft de ander de ruimte om te zijn. Bij luisteren gaat het niet meer over jou, maar over de ander.

Luisteren gaat verder dan de woorden en dringt door tot de boodschap, die misschien nooit met woorden wordt uitgesproken. Want soms zijn er geen woorden om het verhaal te vertellen dat in je hart leeft. Soms blijft het bij klanken die een diepe pijn uitstoten, maar waar woorden in alle gevallen tekort zouden schieten.

Als spreken zinloos lijkt

Een gesprek, een ontmoeting bestaat altijd uit twee kanten. Spreken en luisteren. Tweerichtingsverkeer. Als ik enkel spreek om vervolgens niet te luisteren, wat heeft mijn spreken dan voor zin? Neem ik de ander wel serieus als ik blijf spreken, zonder die ander de ruimte te geven en het respect door te luisteren?

Al in mijn kinderjaren heb ik geleerd om te zwijgen. Omdat spreken zinloos was. Nee, ik was niet alleen maar stil. Wel heel veel. Omdat mijn spreken zelden werd ontvangen door het aandachtig luisteren van een ander. Dan leer je al snel, dat je beter stil kunt blijven. 

In het begin probeer je het nog wel. Je blijft je boodschap herhalen, tot er een reactie komt. Maar áls er een reactie komt en die totaal niet tegemoet komt aan de behoefte van jouw spreken of vragen, dan weet je dat er niet geluisterd is. Niet écht geluisterd is. En als er geen reactie komt, maar een zwijgen of negeren, dan is de conclusie snel getrokken: jouw spreken is van geen waarde. Dus stop je er maar mee.

Niet gehoord worden

Het ellendige is, dat de je dan snel de conclusie trekt dat niemand naar je luistert. En je dus ook niet verwacht dat er antwoord komt. Een echt antwoord. Waarom zou je dan zelf nog luisteren? Dus wordt spreken slechts een uiten van problemen, zorgen, vragen, zonder ooit te luisteren naar antwoorden.

Je vertrouwt er namelijk niet meer op dat de ander je echt hoort. Verstaat. Ziet en erkent. In mijn relatie merk ik regelmatig dat ik de proef op de som neem en mijn man overhoor: je hebt niet geluisterd! Wat zei ik dan? Het bijzondere is, dat ik dit mijn vader regelmatig hoorde zeggen tegen mijn moeder. Terwijl mijn vader zelf een bijzonder slechte luisteraar was. Zou er een samenhang zijn? Ben je zelf bang om niet gehoord te worden en luister je daarom maar niet?

Want de andere kant van niet gehoord worden, is maar door blijven praten tot ze niet meer om je heen kunnen. Blijven praten tot de erkenning vanzelf volgt.

Luisteren. Het is nog al wat. Vanmorgen las ik Job. In hoofdstuk 9 vers 16 spreekt hij over God en zijn opmerking raakte me: “Als ik Hem zou roepen en Hij antwoordde, zou ik niet geloven dat Hij naar me luisterde…”

Zwijgen

Hoelang nog blijven we roepen naar God zonder te luisteren naar het antwoord? Hij antwoordt namelijk wel. Maar meestal horen we het niet. Willen we niet de moeite nemen om te luisteren. Voor luisteren is het namelijk noodzakelijk dat je zwijgt en de drukte om je heen ook tot zwijgen brengt.

Voor luisteren is het noodzakelijk dat je zwijgt en de drukte om je heen ook tot zwijgen brengt.

Ik liep in het bos. Ik worstelde. Met de overtuiging dat ik mezelf moest bewijzen. Het was weer niet goed genoeg. Ik vergeleek mezelf met anderen, wat ik regelmatig doe. Om maar te ontdekken dat ik het beter doe en de aandacht waard ben. Ik riep mijn onrust naar boven, mijn zorgen, mijn verlangens. Mijn zuchten over alles wat er mis gaat, waar ik geen controle over heb. Mijn teleurstellingen en tekortkomingen, mijn angsten. Maar ik bleef onrustig, boos zelfs.

Het bos werd donkerder, de avond viel langzaam in. Dat is ook het moment waarop de natuur stiller wordt. Het is wonderlijk om te merken, maar het werkt echt zo. Die avondstilte is zalig, heilig bijna. En als vanzelf stond ik stil, alleen nog luisterend naar de invallende avond en de stilte van het bos.

Een vliegtuig trok over en langzaam, heel langzaam verstomde ook dat geluid. Alles viel weg. Alleen nog vogels, zachtjes zingend en een kloppende specht. Maar zelfs die geluiden klonken gedempt. Het was windstil.

Ik dacht: Heer, als U nu tot me spreekt, zou ik het verstaan…

Op hetzelfde moment schoot door mijn gedachten, als een zuchtje wind: Ik hou van je!
En het was gelijk weer weg. De tranen schoten in mijn ogen. Zomaar, geraakt.

Antwoorden van God…?

Het waren mijn eigen gedachten. Zoals ze kunnen komen en gaan. En toch komen ze soms op zonder dat ik er richting aan geef. Zijn ze ingegeven door de Heilige Geest? Is dat hoe het werkt? 

Mijn worsteling was daarna over. Ik liep rustig verder en voelde meer vrede in mijn hart. Omdat ik me niet hoef te bewijzen. Gods liefde is alles wat ik nodig heb. 

Waren het mijn eigen gedachten? Ik denk dat God ook onze gedachten kan gebruiken om ons aan te raken. En soms zijn het mijn eigen gedachten en willen ze me de verkeerde kant op duwen. Maar soms zijn mijn gedachten ingegeven en brengen ze me dichterbij God.

Hoe ik weet of mijn gedachten van God komen of van mijzelf? De woorden komen biddend op. Ik leg ze neer naast de Bijbel, het Woord waarin God zichzelf laat kennen. Gedachten die tegen dat Woord ingaan, zullen niet van God komen. 

“Ik hou van je.” Die woorden neem ik dankbaar aan. Omdat ik op basis van Gods Woord mag aannemen dat het Jezus was die in liefde mijn relatie met de Vader heeft hersteld. Grootse liefde. De allergrootste Liefde.

En als je luistert, hoor je het. Hij fluistert ook tegen jou: “Ik hou van je!”


Een goede plek om te leren zwijgen en luisteren is op retraite in de stilte van een klooster. Ga eens mee! In maart staat een begeleide retraite op het programma in Abdij O.L.V. van Koningshoeven. Lees meer over “Alleen maar Zijn“.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.